Home
Nico de Beer
Column
Actueel
Zwaluwen
.. fragment
..
recensies
Overtocht naar Zweden

.. fragment
.. recensies
.. Ms Estonia
.. Roman in foto's
De laatste schakel

.. fragment
.. recensies
.. presentatie
Voor scholieren
Email

Fragment

Met één oog dichtgeknepen richt Edward de luchtbuks, totdat de niets vermoedende zwaluw die bij Schellekens op een tak van de oude lindeboom zit, zich precies in het verlengde van de loop bevindt. Hij haalt de trekker over en de zwaluw valt in een rechte lijn uit de boom. Edward snelt naar de plek waar de vogel in het gras uit het zicht is verdwenen en staat ineens stil. De aanblik van niet één, maar twee aangeschoten zwaluwen vult hem met verbazing. Het kogeltje moet zijn afgeketst op de eerste om zich vervolgens te nestelen in een tweede, die verderop op dezelfde tak moet hebben gezeten. Hij werpt een schichtige blik in de richting van zijn broer. Op een paar meter van elkaar liggen de twee vogels als goudvissen op het droge, krampachtige bewegingen te maken.

Edward laadt de buks en schiet op korte afstand een van de vogeltjes in de borst. Hij kijkt even naar de stal en het keukenraam.

'Hou eens in de gaten of je vader ziet', zegt hij onrustig.

Een kogeltje glijdt tussen zijn vingers door en valt op de grond. Snel herlaadt hij de buks.

Met toenemende verwondering kijkt Erik toe, hoe zijn broer zijn zenuwen steeds minder meester is. Hij voelt zelfs iets van medelijden met hem.

Angstig houdt Erik de gebouwen in het oog. Er is niemand te zien. Maar de onrust in hem neemt niet af. Vader heeft iets met zwaluwen. En het is bijna etenstijd.

Keer op keer legt Edward aan. Bij de laatste twee schoten duwt hij het uiteinde van de loop tussen de veertjes.

'Wat een taaie rotzakken waren dat', zegt hij half schertsend, terwijl hij met de loop van de buks de vogeltjes omrolt.

Nu – na vier schoten – liggen ze dan eindelijk stil. Hij raapt ze op en stopt ze in de zak van zijn overal.

'Die kunnen we maar beter ergens anders weggooien', zegt hij, weer zeker van zichzelf.

'Ja', reageert Erik zonder erg.

Edward kijkt hem even doordringend aan.

'Tegen niemand zeggen, hè. En zeker niet dat het zwaluwen waren'.

Erik mijdt zijn blik en blijft alleen achter als Edward met de buks op zijn schouder naar de veranda loopt.

Kees heeft iets met zwaluwen. Ieder jaar omstreeks april, als de eerste zich weer melden na hun overwintering, haalt hij een ruitje uit een van de ramen aan de voorzijde van de stal. Een heel seizoen lang kunnen ze dan weer hun weg vinden naar hun nest. De ruit bergt hij vervolgens zorgvuldig op achter de diepvrieskist. En ieder jaar zegt hij dan: 'Zo. Hier gaat hij tenminste niet kapot'.

De varkensstal heeft een houten plafond en de talrijke balken die dit ondersteunen, vormen ideale bevestigingspunten voor de bouwsels van deze vlijtige diertjes. En misschien is het dit wat hem zo aanspreekt in deze vogels. Een leven in dienst van de arbeid. De cyclus van de seizoenen die je levensweg uitstippelt. De stal invliegen met je snavel vol takjes voor je bijna voltooide nest om te ontdekken dat het op de vloer aan stukken is gevallen. En dan terstond opnieuw beginnen. Jezelf enkel rust gunnen, als de invallende duisternis het werken onmogelijk heeft gemaakt.

Met het zelfvertrouwen van acrobaten vliegen ze met flinke vaart door de onopvallende opening in het raam. Door de tijd heen blijven ze trouw aan de manier van leven die ze delen met de man die ze de gastvrijheid van zijn stal aanbiedt.

Uit zwaluwen/ uitgeverij Servo, 1998.

Klik op het logo om de site van Servo te bezoeken