Roman in foto's
|
Tonia
stond even stil bij de waterkant om het beeld van de kunstenaar
Eldh te bewonderen. Ze droeg haar roze, laag uitgesneden jurk,
die ze pas na lang aandringen van Carl had aangedaan. Carl zag
haar naderen. 'Welke steden zou je de komende weken willen bezoeken?'
vroeg Carl, met zijn hand in de binnenzak van zijn zomercolbert.
'Parijs, Amsterdam' waarom vraag je dat?' 'Hoe zou je het vinden
om daar als getrouwde vrouw rond te lopen?' Carl ging staan en
haalde een klein pakje uit zijn jaszak.
|
Carl
legt zijn hand in die van haar. 'Zo zaten we ook ooit in café Söderberg.
Weet je dat nog?' 'Wanneer was dat dan?' vraagt Carl. 'Die eerste
zomer. We hadden net dat tweedehands bankstel gekocht bij die
chique mevrouw in Östermalm.' 'Die chique mevrouw in Östermalm,'
lacht Carl, 'dat lijkt wel een pleonasme'.
|
Op
de terugweg gingen ze altijd op een van de bankjes aan de waterkant
naar de zonsondergang zitten kijken. De eeuwenoude gebouwen op
Riddarholmen toonden zich op hun mooist in de zwakker wordende
gloed van de ondergaande zon. Vissersbootjes voeren voorbij en
zeemeeuwen lieten zich meevoeren door de wind.'Dit is de mooiste
plek op aarde, Carl,' sprak Tonia.
|
Het
station doet Per even denken aan een scène uit 'Schindler's
List', waarin een treinvol joden bij een geïmproviseerd
station gesommeerd wordt uit te stappen. Het oude stationsgebouw
is opgetrokken uit hout. De brede betonnen perrons liggen er
verweerd bij. Er stappen maar enkele mensen uit in Avamaa. Het
merendeel van de passagiers zal wel doorreizen naar de eindbestemming:
Paldiski.
|
Zijn
tranen vallen op de marmeren plaat. Ze vullen de groeven, zoals
regenwater dat doet tijdens een nachtelijke bui als er niemand
is. Alle seizoenen laten hier hun sporen na. Jaar na jaar. Net
als andere nabestaanden staat hij hier nu een ogenblik stil bij
dit monument. Daarna gaat ook hij weer verder met zijn leven.
Als hij zijn mobiele telefoon niet uitgeschakeld had, zou Astrid
hem nu kunnen bellen om hem daaraan te herinneren.
|
Zevenentwintig
jaar geleden moet zijn moeder over het dek van een soortgelijke
boot hebben gelopen. Hier, op dezelfde route. Met een heel leven
achter zich en vervuld van een vurig verlangen om een nieuw leven
op te bouwen. Zonder zekerheid van slagen alles inzetten op één
enkele kans. Durven te vertrouwen op dat oergevoel dat misschien
ieder mens wel in zich heeft, maar waar slechts zo weinigen zich
volledig aan over wagen te geven.
|