Home
Nico de Beer
Column
Actueel
Zwaluwen
.. fragment
..
recensies
Overtocht naar Zweden

.. fragment
.. recensies
.. Ms Estonia
.. Roman in foto's
De laatste schakel

.. fragment
.. recensies
.. presentatie
Voor scholieren
Email

Fragment

over de vriendschap tussen Carl Hansson en zijn collega Ragnar Eklund.

Slechts zelden ligt een vriendschap zo diep verankerd als die van Ragnar en Carl. Hun verbroedering gaat terug tot hun studentendagen, waarin ze beiden nog vrijgezel waren. De kameraadschap had haar raakvlakken in de studie, het uitgaansleven en de liefde voor de - met name Engelstalige - literatuur.
Het was de studie die hen samenbracht. Na een onverwachte regen van onvoldoendes voor een tentamen vertalen Engels-Zweeds aan het begin van hun tweede studiejaar troffen ze elkaar in de kantine. Ragnar leunde met een bekertje koffie in de hand tegen een sigarettenautomaat en bestudeerde het terneergeslagen gezicht van een medestudent die zuchtend een munt van vijf kronen op de toonbank wierp.
“Het leven gaat ook door als we deze opleiding niet voltooien,” beweerde Ragnar, alsof hij tegen niemand in het bijzonder sprak. De jongeman keek op.
“Heb je het tegen mij?” vroeg hij kortaf, geërgerd dat iemand hem in zijn overpeinzingen stoorde.
“Stromend water vindt zijn weg naar de zee, hoe vervuild het ook raakt.”
“Als jij wilt prediken, moet je op een sinaasappelkistje in de winkelstraat gaan staan, vriend.”
“Kijk, nou ben ik al je vriend,” merkte Ragnar sarcastisch op, terwijl hij zijn studiegenoot naar een vrij tafeltje volgde. Ongevraagd ging hij bij hem zitten en reikte hem de hand.
“Ragnar Eklund, 5.2,” grinnikte hij.
De jongeman keek hem een ogenblik vragend aan. Waarom zich voorstellen aan een klasgenoot? Toen begreep hij het en glimlachte.
“Carl Hansson, 4.8.”
“Kijk eens aan. Dan kun je toch nog wat van mij leren, Carl,” glimlachte Ragnar. “Vertalen is dé manier om een taal te leren, daar kunnen we kort over zijn. Maar kijk je naar communicatie tussen mensen, dan speelt het absoluut geen rol. Tenminste niet op de manier waarop wij er hier mee bezig zijn. Zeg nou zelf, wat draagt het nauwgezet vertalen van zo’n levensbeschrijving van Charlie Chaplin nu bij tot de taalvaardigheid die je straks in het onderwijs nodig hebt?”
Carls mogelijke reactie negerend, fronste hij zijn wenkbrauwen en staarde naar het plafond, alsof daar de tekst over Chaplin te lezen stond. ‘…on public admiration and esteem, Chaplin pulled no punches: I am the world’s greatest comedian,’ citeerde hij. “Om ter zake te komen, Carl, laten we afspreken dat we wekelijks samen dat probleem van het vertalen aan gaan pakken. Wat dacht je van een eerste vertaalsessie op donderdagmiddag na het college bij mij thuis?” Carl stemde toe. Ragnar dronk zijn koffie op en liep met achterlating van zijn adres de kantine uit.
Die donderdag maakten ze een werkplan waar ze beiden profijt van moesten hebben. Een eigen gemeenschappelijke woordenlijst hanterend - compleet met contextgebonden voorbeeldzinnen - werkten ze in enkele maanden een vertaalboek met uitwerkingen door. Tot in de late avond zaten ze wekelijks gebogen over Ragnars bureau. Het licht van de twee schemerlampen hulde de rest van de kamer in duisternis. Alleen de anti-Vietnamposter van de zwarte militair die dodelijk getroffen zijn wapen in de lucht gooit, was in het schijnsel boven het bureau deels zichtbaar. Tussen de onoverzichtelijke bende die Ragnars kamer feitelijk was, viel het op dat er twee zaken met liefde behandeld werden. Boeken en lp’s. Een boekenkast besloeg een gehele muur van de kamer en bevatte bijna een complete bloemlezing van de Engelstalige literatuur. De grammofoonplaten stonden netjes gerangschikt in een stellingkast. De mooiste lp-hoezen stonden boven op de kast uitgestald. Stephen Stills tot zijn enkels in de sneeuw op zijn eerste soloalbum en een artistieke hoes van de Grateful Dead. “Dit zijn de iconen van onze jeugd, Carl,” verzekerde hij hem.
Een maaltijd haalden ze op bij een Chinees restaurant om de hoek. Zo tegen de klok van elf uur gooide Ragnar er als eerste zijn pen bij neer en haalde twee glazen en een fles bourbon.
“Drank is een familiekwaal, vrees ik,” zei hij verontschuldigend op een van de eerste avonden. “Mijn vader was een verwoed visser, maar niet alleen dat.” Ragnar hief een denkbeeldig glas. “Een echt drankorgel was hij.”
“Hoe vaak mest je dit hok van je uit? En hoe kun je hier in godsnaam iets terugvinden?” vroeg Carl, de woorden van Ragnar negerend.
“Het is dweilen met de kraan open, ik geef het toe. Wat je tweede vraag betreft: ik leef volgens het ijsbergprincipe van Hemingway,” antwoordde Ragnar. “Je ziet vijftien procent, de rest ligt verborgen. Voor jouw oog althans.”
“Zoals met alles in het leven,” merkte Carl droogjes op, in zijn whiskyglas starend.
Ragnar keek op zijn horloge. Bijna half twaalf. Hij griste een krant uit een stapel papier naast hem en bladerde naar de cultuurpagina.
“Zin in een film, Carl? ‘Five Easy Pieces’ is de nachtfilm van vanavond. Begint om middernacht. Ik heb de recensie gelezen. Jack Nicholson speelt een dolende pianist, die de koers in zijn leven volledig verliest. Klinkt interessant, niet?”
Carl schopte zijn schoenen uit en liet zich achterover op de bank vallen.
“Moeten we daarvoor naar de bioscoop, Ragnar?” grinnikte hij.

Klik op het logo om de site van Servo te bezoeken