
Home
Nico de
Beer
Column
Actueel
Zwaluwen
.. fragment
.. recensies
Overtocht naar Zweden
..
fragment
..
recensies
..
Ms Estonia
..
Roman in foto's
De laatste schakel
..
fragment
.. recensies
..
presentatie
Voor
scholieren
Email |
Recensies, interviews en persfoto's
‘De laatste schakel’ voor een mens uit het onderwijs
De derde roman van Nico de Beer speelt zich af op voor hem bekend terrein:
het onderwijs. De hoofdpersoon Paul Wildackers is net als de auteur docent
van beroep. Hij geeft ook Engels en dat komt in het boek terug in talloze
verwijzingen naar Engelse songteksten en romanfragmenten.
De hoofdpersoon blikt terug op zijn leven. Hij beleeft het schoolleven
met leerlingen van de onderkant van de maatschappij opnieuw. De kleine
pleziertjes en de dagelijkse teleurstellingen van de docenten die omgaan
met de drop-outs van het reguliere onderwijs. Dat aspect krijgt ruime
aandacht. Hoe is het om met scholieren om te gaan bij wie het dagelijkse
leven in het teken staat van drugsgebruik, prostitutie, tienermoederschap
en geweld. Maar gelukkig zijn er ook de warme kanten: de collegialiteit
van andere docenten, maar ook de voldoening als een leerling de eindstreep
haalt. Al moeten de leraren en mentoren soms ongewilde capriolen uithalen,
langs de rand van wat mag, om dat te bewerkstelligen.
Een school als achtergrond
Jaren geleden is er op zijn school een moord gepleegd. Paul Wildackers
heeft daaraan traumatische herinneringen. Hij meent dat hij de misdaad,
waarvan een jonge vrouw met wie hij een bijzondere band had opgebouwd
het slachtoffer was geworden, had kunnen voorkomen. Dertig jaar later
is hij een oude man, van wie het pad opnieuw dat van een jonge vrouw
kruist. Dan ontrollen zich de gebeurtenissen die het boek een bijzondere
wending geven.
De auteur van ‘De laatste schakel’ blinkt uit in de gedetailleerde
weergave van de personen die een rol spelen in zijn boek. Hij zet ze
neer als mensen van vlees en bloed en staat lang stil bij de beweegredenen
voor hun handelen. Heel goed komt daardoor de beschrijving van een
onderwijsinstelling voor kansarme jeugd, en de mensen die daar werken,
en de jongeren die er onderwijs volgen, uit de verf. Wie zelf leraar
is, of kinderen heeft in een van de huidige mammoetscholen, zal heel
wat bekends lezen. Enige ironie is de schrijver daarbij niet vreemd.
Het zijn de situaties die soms een wrange glimlach opleveren, niet
het verhaal dat een grote mate van tragiek bevat.
Wat mij als lezer ook erg beviel was het vaak poëtische taalgebruik
van de schrijver. Het is eigenlijk jammer als je probeert om het boek
zo snel mogelijk te lezen, beter is om het in alle rust tot je te laten
komen. Dan pas wordt duidelijk hoeveel de auteur in zijn verhaal heeft
gestopt. Veel analyses van het leven en werken van de mens, beschouwingen
over het ouder worden, gedachten over maatschappelijke problemen. Nico
de Beer heeft de roman niet geschreven om te waarschuwen voor missstanden
in onderwijs en maatschappij, maar niettemin zal het de lezer zeker
de ogen openen voor een deel van onze samenleving die dreigt ons te
ontglippen. Het mag duidelijk zijn: de schrijver kent de problemen
uit de eerste hand. Onverbloemd geeft hij zijn kennis door, maar tegelijk
ook met een groot mededogen met de kansarme scholieren die gedoemd
zijn op de onderste sporten van de maatschappelijke ladder te blijven.
Het is bijzonder om een verhaal te vertellen tegen deze achtergrond.
Het maakt ‘De laatste schakel’ daarom ook tot een roman
die anders is dan de vele boeken die thans verschijnen.
Kees van Kemenade
|

Ook besprekingen over 'De laatste schakel' op de volgende sites:
|
Recensie De Leestafel [17 april 2007]
Paul Wildackers, 76 jaar oud, kijkt terug op zijn leven. Nu woont hij
alleen, in een bejaardenhuis en komt nauwelijks nog op straat. Eigenlijk
gaat hij alleen de deur uit, als hij vlucht voor de werkster. En op een
dag ontmoet hij bij zo'n gedwongen ommetje een vrouw van ongeveer veertig,
met wie hij een kort maar leuk contact heeft. Hij zou er niets op tegen
hebben haar nog eens te ontmoeten. Helaas is de manier waarop dat gebeurt
niet zoals hij het zich gewenst had: hij ziet hoe ze op een brancard
uit het kantoor waar ze werkte gedragen wordt.
Het blijft hem dwars zitten, misschien wel omdat hij druk bezig is
het verhaal te schrijven dat hem al jaren dwarsgezeten heeft. Over de
dood van een jonge vrouwelijke collega, een verhaal dat hij al die jaren
met een gevoel van schuld bij zich heeft gedragen.
Hij begint met algemene herinneringen aan de tijd dat hij les gaf op
een Regionaal Opleidingcentrum (ROC), waar de bevolking 'een steeds kleurrijkere
mengelmoes' wordt; over de problemen die er zijn met het grote verzuim
en uitval van leerlingen, vaak te wijten aan de problematische achtergrond.
Over de toewijding van sommige leerkrachten en 'ik-zit-mijn-tijd-wel-uit-houding'
van anderen. Over de groeiende papierwinkel en de managermentaliteit,
die geldelijke afwegingen boven menselijke stelt.
Hij ontmoet er de nieuwe leerkracht, die Nederlandse les geeft aan
de NT2 leerlingen, de vluchtelingen met Nederlands als tweede taal. Renate
Snijders heet ze, en tussen Paul en Renate ontstaat een warme band, die
zich zal beperken tot het schoolleven. Want al wordt zijn huwelijk slechts
een enkele keer terloops genoemd, Paul is gelukkig getrouwd. Hij profiteert
niet van de groeiende genegenheid als ze samen in Amerika op studiereis
zijn. En dan vindt de dramatische gebeurtenis plaats op school.
Nico de Beer heeft zijn hoofdpersoon een kritische houding gegeven.
Zo is er niet alleen persoonlijk verhaal, maar kan hij de nodige kritiek
spuien op het onderwijs (ergens stelt hij blij te zijn met het feit dat
de plannen van de regering om voor- en naschoolse opvang door scholen
te laten uitvoeren niet door gaan. Helaas is dat intussen wél
het geval).
Het gezegde 'wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje'
speelt als een rode draad door het boek. Niet alleen de leerlingen op
de school zijn vaak kansarm, als Paul en Renate in Amerika zijn worden
ze ook geconfronteerd met het feit dat de Amerikaanse Droom niet voor
iedereen geldt. Al mocht dat daar blijkbaar niet gezegd worden. En misschien
geldt het ook wel voor de twee vrouwen voor wie het Lot drama's in petto
had. Het boek zet je aan het denken, over je eigen keuzes, je eigen kansen,
over de vraag of het zin heeft om geleefd te hebben..." terwijl
de gemiddelde ROC-docent zich in opluchting het zweet van het voorhoofd
veegde omdat zijn zoon of dochter de middelbare school in het reguliere
circuit doorlopen had, keek hij toch enigszins neer op de kneusjes uit
de arbeidersbuurten, voortgebracht uit onze niveau twee- en drieopleidingen.
Collectief iets niet benoemen wil niet zeggen dat het niet bestaat."
© Marjo - april 2007
De
Leestafel - nieuwe boekverslagen | Forum |
Persfoto's aanbieding eerste exemplaar aan
Jan Hamming
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9
Foto's: Pieter van Aerssen. |
Recensie: Boekenwurm [6 april 2007]
Paul Wildackers is 76 jaar en kijkt terug op zijn leven in het onderwijs.
Hij doet dit met veel gevoel. Hij vertelt verhalen over jongeren die
met grote problemen worstelen. Paul krijgt met allerlei culturen te maken.
De jongeren hebben problemen met integratie, drugs en tienermoederschap.
Paul legt veel emotie in zijn verhalen. Hij valt de jongeren niet aan. Hij
probeert weer te geven in wat voor maatschappij deze kinderen moeten functioneren.
En hoe het voor ze is om te leven in een andere cultuur.
Paul leert een nieuwe collega kennen en hij bouwt een band met haar op. Ze
is nog maar zes maanden in dienst als ze met geweld binnen de schoolmuren om
het leven komt. Paul voelt zich schuldig, hij denkt dat hij meer voor haar
had kunnen doen. Dit gevoel achtervolgt hem tot op de dag van vandaag. Deze
emoties en gevoelens van ‘schuld’, wil hij voor zijn dood op papier
zetten.
Over de dader schrijft hij zonder wrok of haat.
Ergens in een politiecel zag Mohamed Khebutthi zijn volledig ontspoorde leven
aan zich voorbij trekken. Uitgespuugd door het land waar hij het levenslicht
had gezien. En nu had hij zich de haat op de hals gehaald van de natie die
hem juist geborgenheid had moeten bieden. Wat bezielde hem op die ochtend.?
Was hij nadat zijn verblijfsvergunning was ingetrokken het slachtoffer geworden
van radeloosheid? Hadden de demonen die ‘s nachts in zijn hoofd huishielden
hem nu ook overdag in hun vizier gekregen?
Wie had er zich hier daadwerkelijk over hem ontfermd? Vluchtelingenhulp? Maatschappelijk
werk? En nu zat hij opgesloten als een hond die het dochtertje van de baas
gebeten heeft en moet wachten op een dodelijke injectie. Het leven van Mohamed
bestond alleen uit vraagtekens. Speurde hij zijn cel af naar een voorwerp waarmee
hij zich van het leven kon beroven? Waarschijnlijk wel. Zeker als het besef
tot hem door ging dringen dat hij de enige persoon die er juist voor hem was
geweest tot doelwit van zijn machteloze woede had gemaakt. ‘Juffrouw
Renate was lief.’ Juffrouw Renate kon hem strelen zoals zijn moeder dat
vroeger deed. Hij had de enige ogen die een mens in hem herkenden gesloten.
De brug naar onbekommerde jaren had hij verbrand. Arme Mohamed. Nu sterven
zou hem bevrijden. Hij was geen gewetenloze crimineel.
Een lang citaat over Mohammed, maar het zijn ook prachtige woorden.
Het verleden van Paul gaat verder in de toekomst. Hij ontmoet een wildvreemde
jonge vrouw. Ook deze vrouw komt om het leven door geweld. Paul heeft voor
zijn gevoel wéér een fout gemaakt. Een vrouw waar hij een fijne
band mee had, is door geweld om het leven gekomen. De woorden die hij over
de dader zegt, raken me diep in mijn hart. Paul zet het verdriet van zichzelf
even opzij, om het motief van Mohamed te weerleggen. En daar heb ik veel respect
voor!!
Zo leest heel het boek. Warm en ontroerend. Stof om over na te denken. In een
woord, prachtig!
Bron:
Boekenwurm
Recensie: Biblion, Nederlandse Bibliotheek Dienst
Een 76-jarige gepensioneerde docent schrijft zijn herinneringen op aan
een dramatisch jaar in zijn loopbaan op een vmbo-school. Twee vrouwen
met wie hij een vertrouwensband ontwikkelde -een fascinerende jonge collega
en een juriste van een kantoor in de buurt van zijn school-, worden vlak
voor het einde van een schooljaar vermoord. De eerste door een allochtone
leerling, de ander door haar allochtone bijna ex-echtgenoot. Vanaf dat
moment vraagt hij zich af in hoeverre hij als laatste schakel in de fataal
aflopende reeks van beslissingen en gebeurtenissen schuld draagt aan
hun dood. Hij wordt de gevangene van zijn schuldgevoel. De Beer geeft
een realistisch beeld van de cultuur op een vmbo-school. De vele allochtone
probleemkinderen, het cynisme van onderwijsgevenden, het falen van de
hulpverlenende instanties en een ver van de werkvloer opererende schoolleiding
steken schril af tegen het idealisme en de leerlinggerichte taakopvatting
van anderen in deze vorm van onderwijs. De Beer is kritisch en somber.
Al haperen stijl en structuur hier en daar, het verhaal boeit.
Gerard
Oevering. Biblion, Nederlandse Bibliotheek Dienst |
|