
Home
Nico de
Beer
Column
Actueel
Zwaluwen
.. fragment
.. recensies
Overtocht naar Zweden
..
fragment
..
recensies
..
Ms Estonia
..
Roman in foto's
De laatste schakel
..
fragment
.. recensies
..
presentatie
Voor
scholieren
Email |
Paul Wildackers ziet zijn nieuwe collega Renate Snijders voor het eerst.
Ik zag haar voor het eerst op een maandagochtend in de personeelskamer.
Ze was leerlingendossiers aan het doornemen terwijl ze haar koffie roerde.
In de luttele seconden dat ik haar voor ogen kreeg, trof haar zachtheid
me. Haar donkere wenkbrauwen en wimpers staken scherp af tegen een vitale
huid. Het halflange, sluike haar hing tot op de kraag van een okerkleurige
blouse. Een jonge vrouw, net van de opleiding, die schuchter haar eerste
stappen in het onderwijs zette. Ik zeg schuchter, want ik kende haar
toen nog niet.
Snel pakte ik mijn presentielijst en liep naar het examenlokaal. Het
was de eerste toetsweek, een tijd van gezonde spanning voor iedere mentor.
Aanwezigheid bij de schoolexamens was een van de vaste ijkpunten. Het
staat wel nergens zwart op wit, maar in de jaren waarover ik hier spreek,
werd de verantwoordelijkheid voor leerlingen steeds meer bij de school
neergelegd. Er was zelfs enig politiek debat om de voor- en naschoolse
opvang in het basisonderwijs ook maar op school plaats te laten hebben.
Dat voorstel heeft het gelukkig nooit gehaald. Ik begeleidde een klas
van 28 leerlingen en het was mijn taak er zo veel mogelijk over de eindstreep
te trekken. Slechts tien maanden duurde het af te leggen traject. De
vaders van deze kinderen hadden vroeger langer in militaire dienst gezeten.
Een mentormap vol met 06-nummers sloeg de brug naar het niet altijd bereikbare
thuisfront. De leerplichtambtenaar schoof regelmatig zijn benen bij ons
onder tafel. We hadden een maatschappelijk werker in huis, een vertrouwenspersoon,
een huisagent en een deskundige op het gebied van dyslexie. En nog was
de uitval en het verzuim gigantisch. Jaar na jaar bleef dit ons verbazen.
Waarom lieten ze het erbij zitten? Waarom?
Koortsachtige spanning vanwege het officiële schoolexamen trof je
alleen bij de docenten en de leidinggevenden aan. Frank Op ’t Hoog,
verantwoordelijk voor het examenbureau, was nauwgezet het werk en de
lijsten aan het controleren. Een enkele leerling zat al op zijn plaats.
Naarmate de laatste minuten wegtikten, druppelden de meeste anderen binnen.
Niet met de concentratie van een topsporter, maar eerder met de uitgezakte
lusteloosheid van een arbeider die net per post te horen gekregen heeft
dat zijn pensioen - tegen alle eerdere afspraken in - nog tweeëneenhalf
jaar op zich laat wachten.
De aanblik van net op tijd binnen struinende jongelui die op hun dooie
gemak hun jas aan de kapstok hingen, deed me weleens denken aan een kudde
gnoes die op hun trektocht door Afrika een rivier door moeten waden.
Aarzelend een plek zoekend waar de oever betrouwbaar is en zich dan massaal
in het kolkende water werpend, schijnbaar onbevreesd voor alle gevaren
die er op de loer liggen. Blind ook voor de betekenis van de te ondernemen
taak in het grote geheel. Vooral dat laatste, blind en onwetend. |


|